1309 - 2009 Cnyppenburch webdesign Jan Knippenbergh
De Knippenburg


Op onderstaande kaart van het Vest Recklinghausen -Duits- uit 1675 is de ligging van de burcht, aan de oever van de Emscher die de grens vormt tussen het Vest -Nederlands- en het Stift Essen -Nederlands- , aangegeven.

Men denkt dat de burcht ergens rond 1340 is gebouwd, in documenten wordt hij voor het eerst als „Castrum Knippenburg“ genoemd in 1385.
Hoe de burcht er uitzag wordt in 1885 uitvoerig beschreven in een "Memorie van toelichting" bij een proces dat de toenmalige eigenaar / bewoner fam. Devens voerde inzake mijnschade tegen de Arensberg A.G. Deze memorie is vrij vertaald er is echter wel gepoogd het sfeerbeeld van het document uit 1885 vast te houden. Verder is het van foto’s en tekeningen voorzien om een goede indruk te geven hoe het er destijds heeft uitgezien.
Met dank voor gebruik van foto’s en afbeeldingen aan Stad Archiv, Bottrop en Museum Quardrat, Bottrop .

De Knippenburg was een waterburcht, de grachten en vijvers, die vroeger uit de Emscher gevoed werden, zijn in de loop der jaren als gevolg van de mijnbouw verdwenen. Een kaart uit het Staatsarchiv Münster (Kaartenverzameling Nr. 658) door de Geometer Mühlens in 1789 gemaakt, laat de toenmalige afmetingen en ligging van gebouwen en tuinen zien. Hoofd – en Voorburg lagen op eilanden die door bruggen met elkaar waren verbonden. Ook de groentetuinen en boomgaarden waren door waterpartijen en grachten omgeven.


Uit de memorie van toelichting uit 1885 inzake het proces "Devens versus Arensberg" komt de onderstaande beschrijving van de Knippenburg. (vertaling uit het Duits door Huub Knippenbergh)


Aankomst bij de Knippenburg Bahnhofstrasse, 1934

Het gehele arrangement is zodanig dat de voor het landbouwbedrijf benodigde voorzieningen(2,3,4,5) de liefelijke indruk niet verstoren maar overal door bosschages afgeschermd zijn.


Aanzicht van de zuidzijde, 1929


Zuid Westelijk van de Buitenhof (2,3), rechts van de oprit, bevindt zich de met hoge muren omgeven Vroege Tuin. Met uitstekende Wijnstokken, Abrikozen- en Mandkers-leibomen, Piramidepeer-, Reinclaude- en Pruimenbomen, 40 Broeibedden.
In het Zuiden sluit zich aan de burcht de Binnenhof (1) aan met oude linden, siergroepen, rozenperken, ijskelder, vogelhuis, kennel, aanlegsteiger, De groepen en perken zijn gedeeltelijk met grasstroken en gedeeltelijk met klimop, maagdenpalm, buxus, omzoomt.
De brug voert over de aangrenzende vijver, met daarin de edelste vissoorten zoals steenkarper, goud - en andere karpers. De brug zelf wordt opgesierd door een balustrade, waarvan de 6 zuilen worden gekroond met bloemen beplante vazen.
Tafels, stoelen en banken nodigen tot een verblijf uit. Kuipen met grote bonte Formiums sieren het bruggenhoofd, waarvoor een kleine gondel ligt. De, rondom met groene oevers omgeven, waterspiegel wordt door sierwatervogels verlevendigd.
Het massieve metselwerk van het naar de burcht voerend terras is begroeid met verschillende soorten goed geleide klimplanten. Het 2 1/2 meter brede en 17 meter lange terras zelf biedt royaal plaats voor een verblijf buiten. Vanaf hier heeft men een overzicht op de hiervoor genoemde tuinen, de vijvers en de benedentuin.


Aanzicht vanuit de bomenlaan naar Binnenhof (1), 1929

Een bomenlaan leidt in de verlenging van de ingang van de binnentuin in oostelijke richting langs het herrenhuis naar de met tapijtperken bedekte benendentuin (6), de aan oostelijke zijde begrenzende, ca. 1 1/2 ha. grote kasteeltuin, met daarin een royale broeikas, pergola's en andere voorzieningen, talrijke bloembedden, vruchtenkordons, piramides, vele honderden andere edele fruitbomen en grote struikgewas groepen en met beelden, zonnewijzer, tuinmeubels aangekleed is. Van de planten mogen worden genoemd: Aubrieta purpurera; Botrya; Chruso japonica; Corydalis Semenon; Cypripedium californicum; Dictamnus albus; Dracocephalum Ruprechti; Eremirus turcestanicus; Paulownia; Phlox etc. als mede een rijkelijke rozen verzameling.
De met vissen bevolkte slotgracht scheidt deze tuin van het oostelijk gelegen ca. 4 ha. grote park met een 30 jarige eikenbestand, beuken, berken, lariksen, elzen, en ook dit bevat verschillende voorzieningen zoals een blokhut van onbewerkt hout, een observatie hut, goudvis vijvers, rustplaatsen.


De boomgaard (7) , 1929

In het noorden ten slotte wordt de burcht door de tegen de achterkant aangelegde huisweide (7,8) ingesloten die op zijn beurt weer door een allee van machtige kastanje bomen wordt begrensd. --


Zuidzijde vanaf het Buitenhof(2,3), 1929

Het eeuwen geleden gebouwde huis (1) is geheel onderkelderd, van het talud tot aan de kroonlijst in massief metselwerk opgebouwd, hetgeen bij een kelder hoogte van 2,46 meter een dikte van 1,75 meter, in de benedenverdieping met een hoogte van 4,40 meter 1,45 meter en op de eerste verdieping met een hoogte van 3,60 meter nog 0,95 meter haalt. De balklagen van het gebouw, de vloeren en dakspanten zijn van eikenhout gemaakt. De Lesstere, (zolder/dakstoel) gedeeltelijk met dakpannen en gedeeltelijk met leisteen gedekt, vertegenwoordigt in zijn solide hoge constructie een bouwvorm die, behalve in kloosters, alleen in burchten en kastelen, van sinds eeuwen erfelijke gevestigde geslachten, te vinden is.

I. (kelders)




Door een gedeeltelijk gewelfde gang komt men langs de binnenkant van de westelijke vleugel in de souterrain ruimten. Links ligt als eerste de grote personeelseetzaal. Deze wordt met een kruisgewelf, dat op 4 pilaren draagt, overspannen, 2,40 hoog, 7 meter lang en 6,40 breed.


Personeelseetzaal, 1927

Door deze zaal komt men in de waskeuken, waaraan de tuinmanskamer en de mangelkamer grenzen. Ook deze ruimten zijn met kruisgewelven overspannen en zijn alle voorzien van het benodigde meubilair.
Bij het verlaten van de zaal treed men rechts de lange souterraingang binnen, waaraan aan de linkerkant de verschillende kelderruimten liggen en wel; kolenkelder, wijnkelder, melkkelder (de muren bereiken hier een dikte van 1,75 meter), groentekelder, flessenkelder en vleeskelder.
De beide eerstgenoemde kelderruimten zijn eveneens met kruisgewelven overspannen, terwijl de andere met balkgewelven voorzien (balken met daartussen gewelven) zijn. Alle ruimtes zijn groot, luchtig, met cement bevloerd, zijn voorzien van grote ramen en de verschillende doelen dienende inventaris.
Keert men terug, dan voert langs de kolenkelder een trap voor het personeel naar de bovenste verdiepingen van het gebouw, hieraan voorbijgaand komt men, in de in de westelijke vleugel gelegen, Herrschaftliche Küche (burchtkeuken) Ze is voorzien van balkgewelven, de vloer van plavuizen, (2,40 hoog, 7,25 meter lang en 5 meter breed) De inventaris is in alle details zeer rijkelijk. Vanaf hier leidt een trap naar de gang van de benedenverdieping, de entree (deze is 4,40 meter hoog, 10 meter lang en 3 meter breed).

II. (begane grond)




Gaat men door de zich in de oostgevel bevindende voordeur dan kom men op het reeds eerder beschreven stenenterras uit, verrassend is hier onmiddellijk het prominente trappenhuis door zijn buitengewone gracieuze indruk.
Het is een waar Kabinetstuk (iets bijzonders) een gracieus ontworpen en uitgevoerde opgang naar de bovenste verdiepingen. De rechts draaiende in bont eikenhout en van snijwerk voorziene trap is met de gehele ombouw zo compleet behouden gebleven.


Hal en trap, 1881

Het zou dan ook niet verwonderlijk zijn als het, onder haar opgang gelegen en van kijkvenstertjes voorziene, deurtje zich zou openen en iemand uit de tijd van de bouw van het huis tevoorschijn zou komen.
De trap is in barokstijl gebouwd en zelfs tot bovenaan toe zijn de wandschilderingen zeer goed bewaard gebleven,


Wandschildering trap, putti met wapens en letters, 1927

de wanden zijn met alle vanuit het verleden tot en met het heden aan toe reikende, in olieverf geschilderde, schilderijen van de keizers behangen. De liefelijk open leuning als ook de afsluitende galerij en het bovenliggende stucwerkplafond zijn volledig intact, zodat we een architectuur beeld van de oorspronkelijke charme voor ons zien, zoals dat in privé huizen nog maar zelden aan te treffen is, en waaruit de smaak van de bouwheer niet alleen alle eer aandoet, maar ook vandaag de dag nog een waardig voorbeeld is , hoe men comfort met een gewaad van gratie sieren kan.
Naast de voordeur bevindt zich, rechts, een hoge antieke eiken van snijwerk voorziene spiegel met console, daarnaast een massief eiken met snijwerk en medaillons versierde linnenkast, een buffetkast en een voorraadkast, in de raamnis van de noordgevel staat een divan. De westkant wordt afgedekt met een wandkast met kristalglas, en een ingelegde glaskast.
Hiernaast is de deur naar de eetkamer, links daarnaast de voordeur, dan de deur naar de keukentrap, hiernaast een beetje terug de ingang naar de onder het trappenhuis gelegen dienarenkamer en tenslotte het hoofdtrappenhuis, dat naar de bovenste etages voert. In de zuidelijke wand is de deur naar de herenkamer.
De wanden zijn met olieverf schilderijen (Pruisische Koningen), oude kopergravures, geweien, wapens en nog veel meer versiert.

De aan de westkant van de gang gelegen eetkamer is 4,00 meter hoog, 5,30 lang en 4,70 breed. De vloer is met linoleum belegd. De behaaglijke en in zijn inrichting gedeeltelijk moderne ruimte, biedt met zijn fraaie rondom doorlopende houten lambrisering , zijn bordeauxrode satijn behang , het welk met donkere Borde (randen) en gouden lijsten omrand zijn, snijwerk met kristal en oud porselein, kannen en vazen staan op de notenhouten buffet- en vitrine wandkast, zijn wanddecoratie, bestaande uit voortreffelijke landsschaps olieverfschilderijen van Niels Möller - Noorwegen, 1827-1887 en Hein - Düsseldorf, 1854 - 1918 , de Wildpret (Jachttaferelen) medaillons, een op het welzijn van de eten gerichte indruk.
Het door de ramen binnenvallende licht wordt door draperieën gedempt.


Verlaat men de eetkamer dan leidt de op zuidkant van de gang gelegen deur in de grote herenkamer. Deze veelvoudig en symmetrisch gedecoreerde vier vensterige ruimte is 4,06 meter hoog, 7,40 meter lang en 5,00 meter breed.
Het stucwerk van de plafond- en kroonlijsten is zoals ook in de andere ruimtes in barokstijl uitgevoerd, de vloer in met eikenhout bedekt, de wanden met de 1 meter hoge lambrisering, de deurbetimmering, de raamnissen, de schouw en veel meer is met kostbare houten kantstukken voorzien, het behang is, in overeenstemming met de beklede meubels, in een groene kleur gehouden.

We bevinden ons in de werkkamer van de heer des huizes, daarna verwijst niet alleen het midden in de kamerstaande “Ministerbureau” en de tussen de beide ramen staande schrijflessenaar, ook duiden de als dankbare herinnering aan de studietijd opgestelde geschenken hier op: Glazen en Dekselglazen, Kandelaars, Kopjes, Rookstel en andere noodzakelijke benodigdheden van het vrijgezellenleven prijken als bonte trofeeën in smaakvol gegroepeerd in open wandkasten tegenover de schouw.


Wandkast tegenover de schouw in de Herenzaal, 1927


De wanden opzij hiervan worden opgesierd door foto’s van het Corps "Bonner Borussia" - en de portretten van menig fijne vriend, als ook soldaten en jachtemblemen. In de uit hout gesneden en vergulde lijst hangen er twee 11/2 meter hoge en kostbare geslepen spiegels in Empire stijl met er tussen van af het plafond een eveneens uit hout gesneden en vergulde kroonluchter.
Boven de vier deuren hangen olieverf schilderijen --Landschappen van Kreuzer-- - München, 1819 - 1872


Haard in de Herenzaal, 1927

De beide deuren van de wand met de haard leiden aan de zuidkant naar de beide Herenkabinetten.
Deze (4,08 meter hoog, 3,30 breed, 3,60 lang) is voorzien van passende meubilering; bovendien opmerkelijke gravures naar Wouvermens. -
De friezen van het plafond tonen mythologische en landschappelijke taferelen, de zware uitgesneden deuren hebben overeenkomstige tekeningen.


Plafondschildering "Diana met lans, pijl en boog" in stuckwerkomraming rechter Herenkabinet, 1927


Vanuit de hiervoor beschreven Herenkamer komt men via de vestibule in oostelijk richting in de lange gang langs het bureau en de huiskapel in de grote oude Hoofdzaal.

De gang (4,29 meter hoog, 12 meter lang), met lopers bedekt, heeft in de zuidelijke hoofdwand 2 ramen, in de nissen hiervan een paramentenkast (sieradenkast), terracotta, bloemvazen en veel meer. Hij is als toegang naar de kapel met passende decoraties voorzien, er hangt een groot oud olieverf schilderij dat de aanbidding door de Drie Koningen uitbeeldt. De vroegere bezitters van de Knippenburg te weten Heinrich en Wesel von Knippenburg stichten, zoals hier aangehaald is, de Vikarie “trium regum”; de stichtingsoorkonde is gedateerd 1385. *)
De nakomelingen hebben dit daarom, overeenkomstig de gewoonte van de vervlogen eeuwen, op het schilderij laten uitbeelden.
Het schilderij toont het Knippenburg wapen en het opschrift “Anno 1658 Henricus Simering Rector Hujus Sacelli Me Fieri Fecit. (In het jaar 1658 schilderde de huisgeestelijke Heinrich Simering dit schilderij).
*) De tweede aan de Knippenburger patronaten toegeschreven Vikarie “ad sanetam Catharinam” moet veel ouder zijn en volgens de traditie direct na de invoering van het Christendom in deze omgeving zijn ontstaan.

De eerste aan de gang gelegen ruimte dient als bureau van de Rentmeester.
Deze (4,29 meter hoog,4,70 lang en 3,57 breed) heeft een raam en heeft een passende inrichting.

Hierna komt de huiskapel.
De altaarruimte (4,29 hoog, 2,64 breed, 5,08 lang) bevat het altaar, benodigdheden voor de heilige mis en diverse relikwie schilderijen. Het altaar, met oude altaarsteen, is in Gotische stijl uit eikenhout gemaakt; er staat een groot crucifix op en twee beelden (Maria en Johannes). Het tabernakel is kunstig ingelegd en verraad zijn hoge leeftijd.
In de gebedsruimte (4,29 meter hoog, 4,69 meter breed) staan eikenhouten banken, de voorste in Gotische stijl, en een antieke kast voor het bewaren van kerkelijkeparamenten . (misgewaden) - Onder de 12 complete misgewaden bevinden zich interessante stukken.—

Vanuit de kapel komt men in de “Vorsaal” (voorkamer, 4,80 meter lang, 3,58 breed).
De inrichting is geheel in Empire stijl. Het plafond van een aan de inrichting aangepast Panneau (panelen plafond) voorzien. In de kamer staan sofa, stoelen secretaire – een bijzonder mooi stuk – spiegel (Marie-Antoinnette), antieke Oost Friese wandklok, bustes en veel meer. De achterwand is met tal van foto’s, van familieleden en vrienden van de eigenaar, in eenvoudige zwarte lijstjes, opgesierd. In de zuidwand is de tweede toegangsdeur van het huis (die op het stenenterras en de tuin uitkomt.)

In de oostelijke wand is de deur die naar de interessantste ruimte van het huis, de Oude Zaal (4,29 meter hoog, 12 meter lang, en 8,50 meter breed)
De grootse ruimte, die we binnengaan, maakt een overweldigende en tegelijkertijd luxueuze indruk. Ze toont de invloed van de Franse smaak, aan het einde van de regeringsperiode van Louis XIV, op onze vaderlandse adellijke inrichting. De oude gebeitste en uitgesneden houten panelen (lambrisering) hebben voor het zuidelijke, pronkende marmer moeten wijken, maar alleen maar op het eerste gezicht, want hoe Gallische invloeden op de smaak van het Westfaalse hart ook uitwerken, het kan toch het fijne klimaat en warmte van houten sierwanden niet ontberen. We zien hier de hetzelfde alleen schijnbaar door marmer vervangen, dat met in al zijn schitterende kleuren gelukkig alleen maar is nagemaakt. Op deze manier zijn de wand tegenover ons, de diepe vensternissen en de achterwand waar de toeschouwer voorstaat, deels uitgevoerd. Uit de donker gehouden, veel kleurige geaderde marmerdecoraties in hun rijkgeschakeerde en mooi geprofileerde opbouw, laat zich de datering van de inrichting van de zaal vaststellen op 1720 hooguit 1740.


De Hoofdzaal in volle glorie, 1881

Geheel intact gebleven in uitvoering en arrangement , in helder maar rustig werkend schilderwerk en voltooide decoratie voldoet de fraaie woonruimte volledig aan de eisen van de moderne goede, ja zelfs beste, smaak.
De gekozen rustige volle kleurstelling komt door het door de vier grote ramen rijkelijk invallende licht niet schril over, maar verspreid een weldadige helderheid, waarin elke detail van de schilderpracht op het plafond en boven en rond de ramen, deuren en schoorsteen, het welk, de muzen en jaargetijden voorstelt, de tot zijn volle gelding komt.
De vrolijke “Colorit” (kleurstelling) van de hier binnengehaalde allegorische voorstellingen , die in de centrale plafondschildering hun middelpunt vinden, verleend de wandversieringen een kunstzinnige en uitgekiende, doeltreffend werkende afwisseling.
De holle plafondlijsten zijn weer gemarmererd en sluiten aan op een eenvoudig goed ingedeelde stucwerkvlakken, waarvan de aparte velden weer in harmonisch kleuren op elkaar zijn afgestemd.
Door het, ongeveer 2 1/2 meter grote medaillon in de midden, kijken we in een ideale wereld: De god Pan, de schenker van de veldvruchten en de huisdieren, roept met zijn Syrinx de Bergnimfen van dichtbij en veraf, die hen in dans en landelijke liederen begeleiden. Ze zijn gekomen, en verenigd met Engelen, Saturnus en Centaurs om de edele Bacchus te vieren, die in goddelijke schoonheid in hun midden zweeft en met zoek dronken mildheid op het hem omringende tumult neerkijkt. Geestdriftig zwaaien ze hem met de met ranken omwonden Thyrusstaf tegemoet. (Staf die wordt gedragen door de Bacchanten, de vrouwelijke volgelingen van de wijngod Bacchus.) - Deze voorstelling is direct op het plafond zelf geschilderd.-
De vloer is bedekt met roodbruin tapijt, waarop wat vele opvalt, oude, in hun kleurschakering prachtig werkende, Perzische en Mekka tapijten liggen.
De bovenste wandoppervlakte is bedekt met een aan de smaak van deze tijd een bloemrijk, goudbedrukt leerbehang met Franse motieven.
Bekijken we nu de, bij het binnenkomen tegenover gelegen, gemarmerde oostwand met de schoorsteenmantel. Deze presenteert zich met de donker geaderde, lichtgrijze panelen omsluiten de rijk geprofileerde marmerconstructie als een zinvol doordacht en exact uitgevoerd modelstuk van de eenmalige smaak uit die tijd, welke als men wat langer kijkt door zijn interessante architectonische opstelling steeds weer nieuwe mooie details toont.
Aan de beide zijden van de schoorsteenmantel dragen piramidaal -trapsgewijs aangebrachte consoles oud Chinees en Japans porselein, dat ook de vooruit springende zuiltjes die het tussen de spiegel en de olieverfschilderijen boogvorming “Gefimfes” (sierboog) opsmukken.


De Hoofdzaal ontruimd, 1927

Rechts en links bevinden zich 2 diepe wandkasten en hierboven weer een olieverfschilderij.
Voor de brede , open nog steeds in gebruik zijnde haard spreidt behaaglijk, in waardig Barok uitgesneden leunstoel,vredig zijn brede armen en nodigt gastvrij uit om te rusten op het rijkelijk bedrukte kleurig gouden lederen polster.
Links is aan de breedtezijde tussen de ramen een met oude oriëntaalse tapijten bedekte grote divan opgesteld, hier tegenover een in tekening en uitvoering in de smaak van de tijd voorbeeldige kast met oude meesterlijk gesneden panelen. De tafels zijn eveneens met oriëntaalse kleden belegd en met voortreffelijk gedreven en gecicileerd zilverwerk (Terrines, Drinkbekers, Kandelaars, Mandjes en veel meer ) alsook met sier- en gebruiksvoorwerpen uit de tijd opgesierd. De met geperst leer beklede zetels en stoelen passend in de stijl en kunstzinnig bewerkt.
In achterwand van de zaal zit de van rijkelijk geprofileerde architraven voorziene toegangsdeur, waarboven in de deurboog een uitgesneden monogram *) en daarboven weer een ingelaten olieverfschilderij.


Deur van Hoofdzaal met monogram, 1927



Het monogram in Museum Quardrat
*) Dit is tot op heden nog nooit door iemand ontcijferd.

Een vleugel (van Klems - Pianobouwer, Dusseldorf 1812-1872 ) is, om niet in zijn moderne vorm geen storende beeld op te roepen, met een Karomani (soort oosters tapijt) bedekt.
Ook de kleiner apparaten (de uit messing gedreven houder voor haardgereedschap, een Russische Theemachine, de grote drievoetige messing kandelaar met engelenkopjes, de gedreven zilveren kandelaar en vele andere opmerkelijke stukken van metaal- en houtwerk) ondersteunen de totaalindruk van de rijke, mooi bewaarde woonruimte.
Onder de vele oude in stijl ingelijste en deels zeer goede olieverfschilderijen zijn noemenswaardig:
“Der erste Tod” (de eerste dood) van Caraccio - Italie, 1555-1619 ,
Adam, Eva en Abel levensgroot afgebeeld; het schilderij bedekt de hele wand en valt op door zijn geweldige kleurwerking.
“Ritterrüstung” (ridder harnas) met de Turkseveldslag op de achtergrond in originele lijst, onbekende voortreffelijke oude meester, van het einde van de 17e eeuw.
“Madonna met Jezuskind en Johannes”, oud Italiaans origineel.
De Wilddieven ” van Brigl.
De “Opwekking van Lazarus”en een “Ridderlijk stilleven”.
Tenslotte een origineel kunstig uitgevoerd olieverfschilderij, een Muscher - Holland, 1645-1705 (“de boodschap der Engelen”), een zeldzaam stuk in een lijst uit die tijd
en een goed marmerreliëf (“Aanbidding van de 3 koningen”, uit de tijd van de zaal, Italiaans werk).
De noordelijk ramen bieden een blik op een groene wildbaan, dit wordt begrensd door de omzoming van het park en een allee van oude kastanjes, hierachter ligt een akker, waarvan de omheining door houtwallen (afscheidingshagen) voor het Westfaalse landschap zo karakteristiek is.
Op het zuiden ziet men de door linden beschaduwde “Schlosshof” (binnenhof) met het met bloemen versierde terras, de met maagdenpalm en klimop om zoomde rozenbedden, rododendron groepen, magnolia’s, taxuspiramides en zeldzame ca. 40 voet hoge exemplaren van de “Thuja occidentalis” (Levensboom).


Binnenhof met rechts terras en beide ingangsdeuren, 1927


III. (1e etage)



We verlaten de zaal en komen door de voorzaal in de reeds genoemde lange gang en in de reeds omschreven hal en gaan via de grote trap naar boven.
Rechts op de overloop ligt de ingang van de grote salon (3,26 meter hoog, 5,92 meter breed , 7,70 meter lang); de inrichting is modern de gepolsterde meubels en tafelkleden zijn in violet pluche gehouden. Tussen de beide ramen grote kristal spiegels in gesneden en vergulde lijsten en bijbehorende consoles met witte marmer platen, met daarop siervoorwerpen van albast enz.
De tegenover de ingang liggende wand heeft net zoals de ander ruimtes in het midden een schoorsteenmantel, met aan de beide zijde dezelfde mahonie houten tafeltjes.
Bij de ingangswand staat een sofa en 6 stoelen en een mahoniehouten tafel.
Aan de wanden hangen aquarellen met religieuze thema’s en portretten van Landsraths Friederich Carl Devens - Bottrop, 1782-1849 (regionaal bestuurder; toenmalige eigenaar) en zijn vrouw.
De wand met de haard heeft links de deur naar de het Gele Kabinet, met daarin mahonie houten tafeltjes, speeltafel en moderne met geel pluche gepolsterde meubels.
De deur rechts gaat naar de bibliotheek (beide ruimtes zijn 3,80 meter lang, 3,60 meter breed en 3,26 hoog).

Tegenover de salon ligt een woonkamer met aangrenzende slaapkamer (3,26 meter hoog, 3,10 lang, 2,60 meter breed resp. 3,26 meter hoog, 5,38 lang en 4,80 breed). Deze ruimtes zijn modern gemeubileerd.

Op de overloop eindigt een lange gang net zoals deze beneden naar de hoofdzaal loopt.
Links is hier eerst een deur met glas die de personeelstrap afsluit, dan komt er een strijk- en linnenkamer en twee slaapkamers, die doelmatig zijn ingericht. (De drie ruimtes zijn elk 3,64 meter hoog, 5,10m lang , 3 meter breed.)

Op het einde loopt de genoemde gang naar de Damessalon met twee aangrenzende slaapkamers.
Het in blauwe kleuren gehouden boudoir is voorzien van divans, moderne stoelen in zwart en goud, schrijftafels, wandkasten en veel meer.


Man met lantaarn, wandschildering boven aan de trap, 1927
Aan deze afbeelding is een sage verbonden.


IV. (boven verdieping)

Terug door de gang naar de overloop en het trappenhuis, hier gaat de trap verder omhoog naar de boven verdieping van het huis.
Hier bevinden zich nog 2 gastenkamers, 4 personeelskamers, de garderobe en grote voorraad ruimtes.
De resterende ruimtes op deze etages worden gebruikt voor het opslaan van linnengoed, en ook niet meer gebruikte meubels en andere voorwerpen.
Onder het dak bevindt zich de grote torenklok.
Verder is het ingericht voor het drogen van was, en er is de “ Taubenschlage ” (ruimte voor vrij vliegende duiven) en veel meer.



Knippenburg vanaf de noordzijde, 1927


Meer informatie:
  • Familie Luyken - Chronikblatt 1923 Heft 4
  • GenWiki Duitse versie
  • Wikepedia Duitse versie
  • Wikepedia Nederlandse versie



  • Menu: Deutsch / English
    Laatste nieuws

    Januari 2012:
    Voor laatste nieuws zie Forum
    Klik hier